Tafel van 8
Omdraaien
3 × 7 is hetzelfde als 7 × 3. Ken je de ene, dan ken je de andere!
De tafel van 8 hoort bij de moeilijkere tafels, maar hij is opgebouwd uit herhaald verdubbelen. Wie de tafel van 4 vlot kent, hoeft maar één extra verdubbeling te doen.
| Som | Antwoord |
|---|---|
| 8 × 1 | 8 |
| 8 × 2 | 16 |
| 8 × 3 | 24 |
| 8 × 4 | 32 |
| 8 × 5 | 40 |
| 8 × 6 | 48 |
| 8 × 7 | 56 |
| 8 × 8 | 64 |
| 8 × 9 | 72 |
| 8 × 10 | 80 |
| 8 × 11 | 88 |
| 8 × 12 | 96 |
Verdubbel drie keer
8 × een getal is dat getal drie keer verdubbeld. 8 × 7: 7 → 14 → 28 → 56. Drie kleine stappen, geen ingewikkelde berekening.
Tafel van 10 minus 2 keer
8 × een getal = 10 × dat getal − 2 × dat getal. 8 × 6 = 60 − 12 = 48. Werkt vooral goed voor 8 × 9: 90 − 18 = 72.
Even, eindigend op 0, 2, 4, 6 of 8
Alle antwoorden zijn even. Sterker nog: 8 × 1 t/m 8 × 5 eindigen op 8, 6, 4, 2, 0; daarna herhaalt het patroon zich (8, 6, 4, 2, 0). Een mooi controlemiddel.
In België leren kinderen de maaltafels in het 2de en 3de leerjaar. De tafels van 2, 5 en 10 komen meestal eerst, gevolgd door 3, 4 en 6, en daarna de moeilijkere tafels van 7, 8 en 9. Tegen het einde van het 3de leerjaar kennen de meeste kinderen alle tafels tot 10.
Hoeveel is 8 × 7?+
8 × 7 = 56. Verdubbel 7 drie keer: 7 → 14 → 28 → 56. Of: 10 × 7 − 2 × 7 = 70 − 14 = 56.
Hoe leer je de tafel van 8?+
Bouw hem op vanuit de tafels van 2 en 4. 8 = 2 × 2 × 2, dus elk antwoord is drie keer verdubbeld. Oefen daarna de moeilijke ankerpunten: 8 × 7 = 56, 8 × 8 = 64 en 8 × 9 = 72.
Welke som uit de tafel van 8 wordt het vaakst fout beantwoord?+
8 × 7 = 56 en 8 × 6 = 48 zijn de klassiekers. Onthoud ze als ankerpunten — de meeste andere sommen kun je via verdubbelen of de tafel van 10 berekenen.
In welk leerjaar leer je de tafel van 8?+
De tafel van 8 komt in het 3de leerjaar aan bod, samen met de andere moeilijkere tafels.
Laatst bijgewerkt op